Actuele info

Private - Bouwrecht en aanneming

28.10.2020 - Corporate - Bouwrecht en aannemingsrecht., Private - Bouwrecht en aanneming

KAN EEN AANNEMER ZONDER MEER IN ZIJN OPDRACHT VERVANGEN WORDEN?

De buitengerechtelijke vervanging heeft als uitzonderingsmaatregel enkele belangrijke voordelen t.o.v. een beslissing tot vervanging van de aannemer door de rechtbank. De voornaamste voordelen zijn natuurlijk de tijdswinst en de uitgespaarde kosten van een gerechtelijke procedure. Bovendien zouden de kosten van de nieuwe aannemer op de vervangen aannemer verhaald kunnen worden.

 

De rechter behoudt achteraf steeds de controle en kan indien hij vindt dat de buitengerechtelijke vervanging onterecht was, beslissen dat de bouwheer een wanprestatie beging en hem veroordelen tot betaling van een schadevergoeding aan de aannemer.

 

We brengen daarom graag nog eens de toepassingsvoorwaarden in herinnering:

1.        een contractuele wanprestatie met ingebrekestelling;

2.        uitzonderlijke omstandigheden, zoals bijvoorbeeld hoogdringendheid

3.        een vruchteloos afgelopen genadetermijn;

4.        een waarschuwing voor de nakende vervanging;

5.        de beweerde tekortkoming van de aannemer moet voorafgaandelijk zijn vastgesteld. Dit kan op tegenspraak in der minne,

           ofwel via een gerechtelijk deskundigenonderzoek;

6.        de keuze voor een redelijke derde, tegen een redelijke prijs;

7.        binnen een redelijke termijn na vruchteloze afloop van de toegekende genadetermijn;

8.        en een kennisgeving aan de aannemer na vervanging.

 

Wanneer de bouwheer bovenstaande toepassingsvoorwaarden niet correct invult, en de vervanging aldus plaatsvindt zonder dat daartoe grond bestaat en/of zonder rekening te houden met de redelijke belangen van de vervangen aannemer, kan de bouwheer de gemaakte kosten niet op hem verhalen.

De bovenstaande principes werden zeer recent nog eens bevestigd door het hoogste rechtscollege van ons land in een arrest van 18 juni 2020. Het Hof van Cassatie lijkt de voorwaarden zelfs te versoepelen door te oordelen dat er sprake moet zijn van uitzonderlijke omstandigheden zoals -maar niet uitsluitend- de hoogdringendheid. Daarover bestond in de lagere rechtspraak nogal wat verwarring.

 

Wordt u geconfronteerd met een dergelijke situatie en bent u niet zeker of alle voorwaarden vervuld zijn? Bestaan er nog andere mogelijkheden? Contacteer ons gerust, wij staan u graag bij!

 

Benjamin Stevens