Actuele info

Corporate - Vennootschappen en Verenigingen

28.10.2020 - Corporate - Vennootschappen en Verenigingen

Tot hier en niet verder: Cassatie legt concurrentieverbod bestuurders aan banden

De draagwijdte van de niet-concurrentieverbintenis van de bestuurder leidt vaak tot juridische discussies. Gedurende de uitoefening van het mandaat is de situatie duidelijk. De loyauteitsplicht, het vennootschapsbelang en de goede trouw verplichten de bestuurder immers zich te onthouden van het voeren van concurrentiële activiteiten.

 

Moeilijker wordt het wanneer het bestuursmandaat ten einde loopt. De niet-concurrentieverbintenis van de bestuurder kan immers vanuit twee perspectieven worden benaderd. Aan de ene kant van het spectrum bevindt zich de gewezen bestuurder, aan de overzijde de onderneming. De ex-bestuurder schermt met de vrijheid van ondernemen en de vrijheid om een economische activiteit naar keuze uit te oefenen. De onderneming daarentegen, beroept zich op voornoemde plichten van de bestuurder om te beletten dat deze de onderneming (ongeoorloofde) concurrentie aandoet.

 

Het Hof van Cassatie verbreekt met haar arrest van 25 juni 2020 het arrest van het Hof van beroep Antwerpen van 9 november 2017. De Antwerpse appelrechters oordeelden dat er ook na de beëindiging van het mandaat, een concurrentieverbod rust op de vertrekkende bestuurder van de onderneming. Zij leidden het post-contractuele concurrentieverbod af uit de loyauteitsplicht die voortvloeit vanuit de verplichting van de bestuurder om zijn of haar mandaat te goeder trouw uit te voeren.

 

Het Hof van Cassatie wijst deze redenering nu evenwel af en draagt enkele belangrijke praktische principes voor. Het Hof veegt een doorwerking van het concurrentieverbod na de beëindiging van het mandaat op grond van de loyauteitsplicht van tafel, nu dergelijke loyauteit volgens het Hof uitdooft bij de beëindiging van het bestuursmandaat.

 

Stof tot nadenken dus, zowel voor bestuurders als ondernemingen. Ondernemingen weten immers dat een bestuurder voortaan na de beëindiging van zijn contract vrij is om onmiddellijk een concurrerende activiteit op te starten. Vanuit die overweging kan het dan ook interessant zijn om bestuurders die bovendien belangrijke operationele taken vervullen in de vennootschap en toegang hebben tot vitale informatie, te onderwerpen aan een contractuele niet-concurrentieverplichting (vertrouwelijkheids- en niet-afwervingsverplichting). De loyauteitsplicht van de bestuurder mag in de regel dan wel ophouden bij de beëindiging van het bestuursmandaat, het staat partijen vrij om hier afwijkende regelingen over te treffen. Dergelijke clausules kunnen worden opgenomen in een managementovereenkomst of in een bestuurdersovereenkomst. Belangrijk om op te merken daarbij is dat dergelijke bepalingen nu ook mogelijk worden voor bestuurders van een NV. Onder het oude vennootschapsrecht gold namelijk het dwingende karakter van de zgn. “ad nutum herroepbaarheid”. Op basis van deze regel werd vooropgesteld dat een bestuurder in een NV te allen tijde moest kunnen worden ontslagen door de algemene vergadering, zonder dat hiervoor enige reden diende te worden aangewend. Zodoende stonden opzegtermijnen, opzegvergoedingen, maar ook niet-concurrentiebedingen op gespannen voet met dit principe, nu dergelijke bedingen steeds gevolgen aan de beëindiging van het bestuursmandaat koppelden. Gevolg was dat dergelijke clausules potentieel nietig konden worden verklaard. Door de invoering van het nieuwe Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen wordt nu komaf gemaakt met dit principe, en kunnen er ook t.a.v. bestuurders in de NV termijnen aan het concurrentieverbod (vertrouwelijkheids- en niet-afwervingsverplichting) worden gekoppeld.

 

ConSenso Corporate staat u graag bij in het opstellen van managementovereenkomsten en bestuurdersovereenkomsten, of bij het reviseren van bestaande overeenkomsten in het licht van de nieuwe vennootschapswetgeving.