Actuele info

Private - Arbeidsrecht en sociale zekerheid

14.12.2020 - Corporate - Arbeidsrecht en sociale zekerheid, Private - Arbeidsrecht en sociale zekerheid

Werknemersvergoeding voor werkmateriaal in een kapsalon.

In toepassing van deze cao is de werkgever verplicht om het werkmateriaal (lees: scharen, borstels, tondeuses, haardrogers, …) ter beschikking te stellen aan zijn werknemers en dit materiaal tijdig te vervangen. Doet de werkgever dit niet, dan is hij verplicht om aan de werknemer een jaarlijkse forfaitaire vergoeding van 400 EUR te betalen.

In de procedure voor de arbeidsrechtbank Antwerpen, afdeling Tongeren, stelde de werkgever dat hij wel degelijk het nodige materiaal ter beschikking stelde en dat de vordering dus ongegrond diende te worden verklaard. De werkgever droeg uiteraard wel de bewijslast van zijn eigen bewering.

Om aan die bewijslast te voldoen bracht de werkgever tal van facturen bij m.b.t. de aankoop van kappersmateriaal. Dit bewijs vulde de werkgever aan met verklaringen van het personeel die bevestigden dat inderdaad de werkgever voorzag in het nodige werkmateriaal.

De werknemer hield echter voet bij stuk, en bleef volhouden dat zij steeds haar eigen “scharen” had moeten gebruiken. Verder verwees ze naar het ontbreken van de door de sectorcao vereiste verklaring die inhoudt dat indien de werknemer verkiest om zijn eigen materiaal te gebruiken, de werkgever geen forfaitaire vergoeding dient te betalen, mits de werknemer jaarlijks een verklaring ondertekent waaruit blijkt dat hij zijn eigen materiaal volledig of gedeeltelijk wenst te gebruiken.

In voorliggend geval konden dergelijke, jaarlijkse verklaringen door de werkgever niet worden voorgelegd.

De arbeidsrechtbank veronderstelde dat dit 2 oorzaken kon hebben gehad : (i) ofwel heeft de werkneemster in werkelijkheid niet haar eigen materiaal gebruikt zodat er ook geen noodzaak was om de verklaring te laten opstellen, (ii) ofwel hebben beide partijen er gewoon niet bij stilgestaan.

Vervolgens stelde de rechtbank dat het ontbreken van deze verklaring op zichzelf niet het bewijs levert dat de werkgever geen arbeidsmateriaal zou hebben ter beschikking gesteld.

Meer nog, de rechtbank was van oordeel dat de werkgever, aan de hand van de aankoopfacturen, kon aantonen dat er regelmatig, zelfs maandelijks, nieuw kappersmateriaal werd besteld, waaronder scharen en kammen.

De rechtbank beschouwde deze objectieve bewijsstukken, aangevuld met de verklaringen van het personeel, als voldoende om de rechtbank te overtuigen van het feit dat de werkgever er inderdaad voor had gezorgd dat alle werknemers voldoende werkmateriaal ter beschikking hadden.

De beweringen van de werkneemster dat zij gedurende de volledige periode van tewerkstelling “enkel haar eigen arbeidsmateriaal had gebruikt”, kwalificeerde de rechtbank in de gegeven omstandigheden dan ook als “ongeloofwaardig”.

De vordering tot betaling van de forfaitaire vergoeding werd bijgevolg ongegrond verklaard.

(Arbrb. Antwerpen, afd. Tongeren 20 oktober 2020, niet gepubliceerd)

Janne Poets